Kerk in crisistijd (videoblog 01)

Kerk in crisistijd. Videoblog 01.

ONDERWERPEN:
– Wat gebeurt er met jouw kerkgemeente in crisistijd?
– De voortgang van een crisis en de effecten van een crisis.

Voor wie?
voorgangers, oudsten, bedieningen en leiderschapsteams
Doelgroep
evangelische- en pinkstergemeenten

Are you a servant of God?

(🇬🇧 English translation of the blog post: Ben jij een dienstknecht van God?)

It is good to consider the first verse of the Romans letter.

Particular if you are in the ministry, preach the Word in your church, when you’re a leader or have another ministry in the body of Christ.

Paul, a servant of Christ Jesus, called to be an apostle, set apart for the gospel of God, [Romans 1:1 ESV]

I find the opening sentence of this great apostle to the believers in Rome impressive and contains a lot of depth.

What clearly stands out is that he sees himself first as a servant of Jesus Christ. I want to reflect on this in this blog.


In Greek, servant is ‘doulos’, literally translated: slave.


For the following reasons, I think it is important that we to see ourselves in the first place as servants of Jesus Christ:

  • It is the task of a doulos to do the will of his lord. Jesus also calls himself a doulos because He was sent to do the will of the Father. 1
  • It makes us realize that whatever we do in the kingdom of God, we serve King Jesus. Remember: if we try to please people, it costs us energy, but if we please God, we receive power.
  • There is a big difference in perception and sense of responsibility if you are instructed by someone to serve coffee for people after a church service or if you see yourself a doulos who’s instructed by the King to serve coffee.
  • It helps us to submit our thoughts and opinions to the will of God. He knows what is good for us to be able to bear much fruit in the ministry.
  • It keeps us humble in the ministry, keeping us accountable and focused on the guidance of the Spirit.
  • It prevents us from looking down on people. That you realize that no matter how big or important the ministry is in your eyes, you are a ‘doulos’. You are no more important than the other.
  • You know that the blessings you receive in the ministry is because you are called to do His will.

The difference between a king and a slave is that the former possesses everything and the latter nothing, the king can give a large part of his possession to the slave to take care of as a steward. A slave can enjoy the confidence that the king has in him, but he is deeply aware that he must always be accountable to the king.

It is a great privilege to see yourself as a servant:

  • You are going to take your calling seriously because you are under the authority of the great King.
  • It motivates you to serve as well as possible because you know that the King sees it and pleases Him.

For example, if a slave received an order from the king to get him a glass of water, everyone in the palace is willing to help the slave because of the authority behind the order. You may also know that if God calls you to serve, the Kingdom of Heaven will cooperate.
  • Every time you serve that is a spiritual growth moment because you walk in the footsteps of the great servant Jesus.
  • I have learned that it is much easier doing ministry if you realize that it is your job to do the will of God. Instead of focusing on the expectations that people have of you, even of others in the ministry.
  • A servant takes pleasure in the fact that he may serve regardless of position, task or ministry.
  • The Bible teaches that the local church is built by servants. These two are inextricably linked together.

Someone who is in the ministry but thinks he does not need a local church has a wrong idea of ​​the New Testament concept of “servant”. This person is not, in my opinion, a servant but someone who thinks he owns the gifts that God has given him, unfortunately we have enough examples of this in our country. Ministers who use the gospel for the benefit of themselves.

How you look at yourself not only determines how you are in the ministry, but it also influences the people you are an example to.

Because of the discussion among the disciples about position and who was the most important to God, Jesus called them and taught the following:

25 But Jesus called them to him and said, “You know that the rulers of the Gentiles lord it over them, and their great ones exercise authority over them. 26 It shall not be so among you. But whoever would be great among you must be your servant, 27 and whoever would be first among you must be your slave, 28 even as the Son of Man came not to be served but to serve, and to give his life as a ransom for many.” [Matthew 20:25-28 ESV]

Below are some heroes of faith from the early church and how they saw themselves in the ministry:

Timothy:

1 Paul and Timothy, servants of Christ Jesus, To all the saints in Christ Jesus who are at Philippi, with the overseers and deacons … [Philippians 1:1 ESV]

Epaphras:

7 just as you learned it from Epaphras our beloved fellow servant. He is a faithful minister of Christ on your behalf … [Colossians 1:7 ESV, see also 4:12]

James, half brother of Jesus:

1 James, a servant of God and of the Lord Jesus Christ, To the twelve tribes in the Dispersion … [James 1:1 ESV]

Peter:

1 Simeon Peter, a servant and apostle of Jesus Christ, To those who have obtained a faith of equal standing with ours by the righteousness of our God and Savior Jesus Christ … [2 Peter 1:1 ESV]

Jude:

1 Jude, a servant of Jesus Christ and brother of James, To those who are called, beloved in God the Father and kept for Jesus Christ … [Jude 1:1 ESV]

John:

1 The revelation of Jesus Christ, which God gave him to show to his servants the things that must soon take place. He made it known by sending his angel to his servant John, … [Revelation 1:1 ESV]

Moses:

3 And they sing the song of Moses, the servant of God, and the song of the Lamb, … [Revelation 15:3 ESV]

For each of them it was not position or prestige or own name that came first, but being a servant of God.

A servant is someone who has unconditionally put his life in the service of Jesus Christ.



William


  1. [see Mat. 20:25-28] ↩︎

The blog posts on this page are automatically translated into English. Unfortunately the translation and correction isn’t always accurate and the posts sometimes come out very strange. Occasionally I correct some text, Not necessarily perfect, but a little better.

Bijbelteksten m.b.t. dienend leiderschap

Bijbelteksten zorgvuldig uitgekozen met betrekking tot dienend leiderschap.


Mattheüs 23:11 (HSV)
11 Maar de belangrijkste van u zal uw dienaar zijn.

Mattheüs 20:26 (HSV)
26 Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn;

Lukas 22:26 (HSV)
26 Bij u echter moet dat zo niet zijn, maar de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient.

Markus 10:43 (HSV)
43 Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn.

Markus 9:35 (HSV)
35 En Hij ging zitten, riep de twaalf en zei tegen hen: Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen.

Romeinen 12:7 (HSV)
7 hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen;

Hebreeën 13:7 (HSV)
7 Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na.

Jeremia 23:4 (HSV)
4 Ik zal over hen herders doen opstaan die hen weiden zullen. Zij zullen niet meer bevreesd zijn, ontsteld zijn of gemist worden, spreekt de HEERE.

Mattheüs 23:10 (HSV)
10 En u mag niet meesters genoemd worden, want Eén is uw Meester, namelijk Christus.

Efeze 4:12 (HSV)
12 om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,

Mattheüs 10:24 (HSV)
24 De discipel staat niet boven de meester en de dienaar niet boven zijn heer.

1 Koningen 3:7 (HSV)
7 Nu dan, HEERE, mijn God! Ú hebt Uw dienaar koning gemaakt in de plaats van mijn vader David. Ík ben echter een jonge man: ik weet niet uit of in te gaan.

Mattheüs 20:28 (HSV)
28 zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.

Romeinen 1:1 (HSV)
1 Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God,

2 Timotheüs 2:24 (HSV)
24 Een dienstknecht van de Heere moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen.

Mattheüs 20:25-26 (HSV)
25 En toen Jezus hen bij Zich geroepen had, zei Hij: U weet dat de leiders van de volken heerschappij over hen voeren, en de groten macht over hen uitoefenen.
26 Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn;

Jozua 1:2 (HSV)
2 Mijn dienaar Mozes is gestorven. Nu dan, sta op, steek deze Jordaan over, u en heel dit volk, naar het land dat Ik aan hen, de Israëlieten, ga geven.

Jozua 5:14 (HSV)
14 Hij zei: Nee, maar Ik ben de Bevelhebber van het leger van de HEERE. Nu ben Ik gekomen. Toen wierp Jozua zich met het gezicht ter aarde, boog zich neer en zei tegen Hem: Wat wil mijn Heere tot Zijn dienaar spreken?

Mattheüs 25:23 (HSV)
23 Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.

Exodus 24:13 (HSV)
13 Toen stond Mozes op, met zijn dienaar Jozua, en Mozes klom naar boven, de berg van God op.

Judas 1:1 (HSV)
1 Judas, een dienstknecht van Jezus Christus en broer van Jakobus, aan de geroepenen, die door God de Vader zijn geheiligd en die door Jezus Christus worden bewaard:

Filippenzen 1:1 (HSV)
1 Paulus en Timotheüs, dienstknechten van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus die in Filippi zijn, met de opzieners en diakenen:

Numeri 11:28 (HSV)
28 Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgekozen jongeren, antwoordde en zei: Mijn heer Mozes, belet het hun!

Jeremia 30:9 (HSV)
9 maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun Koning David, Die Ik hun zal doen opstaan.

1 Kronieken 17:27 (HSV)
27 Nu dan, het heeft U behaagd het huis van Uw dienaar te zegenen, dat het voor eeuwig voor Uw aangezicht zal zijn; want U, HEERE, hebt het gezegend, en het zal voor eeuwig gezegend zijn.

2 Kronieken 36:16 (HSV)
16 Maar zij spotten met de boden van God, verachtten Zijn woorden en maakten Zijn profeten belachelijk, tot de grimmigheid van de HEERE tegen Zijn volk zo hoog opsteeg dat er geen genezing meer mogelijk was.

2 Samuel 7:8 (HSV)
8 Nu dan, dit moet u tegen Mijn dienaar zeggen, tegen David: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Ik heb u van de schaapskooi vandaan gehaald, van achter het kleinvee, om een leider over Mijn volk te zijn, over Israël.

Numeri 14:24 (HSV)
24 Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen.

Deuteronomium 34:5 (HSV)
5 Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEERE, daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van de HEERE.

Romeinen 16:1 (HSV)
1 En ik beveel u Febe, onze zuster, aan, die een dienares is van de gemeente die in Kenchreeën is,

Johannes 12:43 (HSV)
43 Want zij hadden de eer van de mensen meer lief dan de eer van God.

Mattheüs 6:24 (HSV)
24 Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon.

Ben jij een dienstknecht van God?

Het is goed om eens stil te staan bij het eerste vers van de Romeinen brief. Met name als je in de bediening staat, het Woord predikt in jouw kerk en/of daarbuiten, een leidinggevende bent of een andere dienende taak hebt in het lichaam van Christus.

Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, [Romeinen 1:1 HSV]

De openingszin van deze grote apostel aan de gelovigen in Rome vind ik indrukwekkend en bevat enorm veel diepgang.

Wat er duidelijk uitspringt is dat hij zichzelf allereerst ziet als een dienstknecht van Jezus Christus. Daar wil ik in deze blog even bij stil staan.


Dienstknecht is in het Grieks ‘doulos’ , letterlijk vertaald: slaaf


Om de volgende redenen vind ik het belangrijk dat ook wij onszelf allereerst zien als dienstknechten van Jezus Christus:

  • Een doulos heeft als taak de wil van zijn heer te doen. Ook Jezus noemt zichzelf een doulos omdat Hij gezonden was om de wil van de Vader te doen. [zie Matt. 20:26-28]
  • Het doet ons beseffen dat wat we ook doen in het koninkrijk van God, wij koning Jezus dienen. Onthoud: als wij mensen proberen te behagen kost het ons energie maar als wij God behagen ontvangen wij juist kracht.

Er is een groot verschil van beleving en verantwoordelijkheidsgevoel als jij van iemand een opdracht krijgt om bijvoorbeeld koffie te schenken voor de mensen na een kerkdienst of dat je als doulos de opdracht van de Koning krijgt om koffie te schenken.
  • Het helpt ons om onze gedachten en meningen ondergeschikt te maken aan de wil van God. Hij weet wat goed voor ons is om veel vrucht te kunnen dragen.
  • Het houdt ons nederig in de bediening waardoor we toegankelijk blijven en gefocust zijn op de leiding van de Geest.
  • Het voorkomt dat we neerkijken op mensen. Dat je beseft dat, hoe groot of belangrijk in jouw ogen de bediening is, je een doulos bent. Jij bent niet belangrijker dan die ander.
  • Je weet dat de zegeningen in de bediening komen omdat je geroepen bent om Zijn wil te doen.
  • Het verschil tussen een koning en een slaaf is dat de eerste alles bezit en de laatste niets, de koning kan een groot gedeelte van zijn bezit overdragen aan de slaaf om als rentmeester zorg te dragen. Een slaaf kan genieten van het vertrouwen dat de koning in hem heeft maar hij is zich ten diepste bewust dat hij ten alle tijde verantwoording moet afleggen aan de koning over zijn bezit.

Het is een grote voorrecht om jezelf als een dienstknecht te zien:

  • Je gaat jouw roeping serieus nemen, want jij staat onder het gezag van de grote Koning. Het motiveert je om zo goed mogelijk te dienen omdat je weet dat de Koning het ziet en dat het Hem behaagt.
  • Als een slaaf bijvoorbeeld een opdracht kreeg van de koning om voor hem een glas water te halen, kon de slaaf op medewerking rekenen van iedereen in het paleis vanwege het gezag achter de opdracht.
    Zo mag jij ook weten dat als God je roept om te dienen, het Koninkrijk der Hemelen haar medewerking zal verlenen. 
  • Elke keer als je dient is dat een geestelijk groeimoment voor jou. Omdat je wandelt in de voetsporen van de grote dienstknecht Jezus.
  • De praktijk leert dat de bediening stukken makkelijker gaat als je je realiseert dat het jouw taak is om de wil van God te doen. 
  • Een dienstknecht schept vreugde in het feit dat hij mag dienen ongeacht positie, taak of bediening. 
  • De bijbel leert dat de lokale kerk wordt opgebouwd door dienstknechten. Deze twee zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar.

Iemand die in de bediening staat maar denkt geen lokale kerk nodig te hebben, heeft een verkeerd beeld van het nieuwtestamentische begrip ‘dienstknecht’. Deze persoon is naar mijn mening geen dienstknecht maar iemand die denkt dat hij eigenaar is van de gaven die God hem heeft gegeven, helaas hebben we daar in ons land genoeg voorbeelden van. Bedieningen die voornamelijk er op uit zijn zichzelf te bedienen. 

Hoe jij naar jezelf kijkt bepaalt niet alleen hoe jij in de bediening staat, maar heeft ook invloed op de mensen waar jij een voorbeeld voor bent.



Vanwege de discussie onder de discipelen over positie en wie de belangrijkste was bij God riep Jezus hen tot zich en leerde hen het volgende:

En toen Jezus hen bij Zich geroepen had, zei Hij: U weet dat de leiders van de volken heerschappij over hen voeren, en de groten macht over hen uitoefenen.
Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn;
en wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw dienaar (doulos) zijn,
zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen. [Mattheüs 20:25-28 HSV]

Hieronder een aantal geloofshelden van de vroege kerk en hoe zij zichzelf zagen in de bediening:

Timotheüs:

Paulus en Timotheüs, dienstknechten van Jezus Christus, … [Filippenzen 1:1 HSV]

Epafras:

Zo hebt u het ook geleerd van Epafras, onze geliefde mededienstknecht, die voor u een trouwe dienaar van Christus is. [Kolossenzen 1:7, zie ook 4:12 HSV]

Jakobus, halfbroer van Jezus:

Jakobus, een dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus, … [Jakobus 1:1 HSV]

Petrus:

Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, … [2 Petrus 1:1 HSV]

Judas:

Judas, een dienstknecht van Jezus Christus en broer van Jakobus, … [Judas 1:1 HSV]

Johannes:

Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven. [Openbaring 1:1 HSV]

Mozes:

En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, … [Openbaring 15:3 HSV]

Voor een ieder van hen gold dat niet positie of aanzien of eigen naam op de eerste plaats kwam, maar het zijn van een dienstknecht van God.


Een dienstknecht is iemand die zijn leven onvoorwaardelijk in dienst van Jezus Christus heeft gesteld.




William